Faillissement - Everest REBOOT
347
page-template-default,page,page-id-347,page-child,parent-pageid-266,bridge-core-2.6.1,qode-page-transition-enabled,ajax_fade,page_not_loaded,,qode_grid_1300,footer_responsive_adv,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-24.6,qode-theme-bridge,wpb-js-composer js-comp-ver-6.5.0,vc_responsive
 

Faillissement

Sinds de inwerkingtreding van de nieuwe insolventiewet op 1 mei 2018 is het regime van de verschoning van schulden na faillissement vervangen door het nieuwe wettelijke principe van de kwijtschelding van restschulden. De mogelijkheid voor het verkrijgen van de fresh start voor natuurlijke personen-ondernemingen werd versoepeld.

Toelichting

In het nieuwe insolventierecht wordt de nadruk gelegd op de semi-automatische kwijtschelding: de rechtbank bevrijdt de gefailleerde ten aanzien van de schuldeisers van de restschulden “indien de gefailleerde een natuurlijke persoon is”.

De kwijtschelding geldt voor alle schulden van de gefailleerde die bestonden op het ogenblik van de faillietverklaring. Het gaat om zowel de ondernemingsschulden als om de privéschulden van de gefailleerde.

Er gelden wel enkele formele voorwaarden:

  • Het moet gaan om een natuurlijke persoon.
  • Die moet failliet verklaard zijn.
  • Die moet schuldkwijtschelding gevraagd hebben aan de ondernemingsrechtbank binnen de wettelijke termijn
  • Die rechtbank moet in een vonnis de kwijtschelding toegestaan hebben.
  • Die rechtbank heeft geen protest ontvangen hebben van een belanghebbende derde of die rechtbank heeft dat protest geheel of gedeeltelijk afgewezen.
De kwijtschelding geldt voor alle schulden van de gefailleerde die bestonden op het ogenblik van de faillietverklaring. Het gaat om zowel de ondernemingsschulden als om de privéschulden van de gefailleerde.

Het is echter niet zo dat élke ondernemer per definitie recht heeft op de fresh start. Wanneer de gefailleerde kennelijk grove fouten heeft begaan die hebben bijgedragen tot het faillissement, kan de rechtbank besluiten om de kwijtschelding geheel of gedeeltelijk te weigeren. Kennelijk grove fouten gelden daarbij als fouten die géén enkele andere redelijk handelende gefailleerde ondernemer zou hebben gemaakt.

Elke belanghebbende (met inbegrip van de curator en het openbaar ministerie) kan met betrekking tot de aanvraag van deze weigering een verzoekschrift neerleggen vanaf de bekendmaking van het faillissementsvonnis. Dit kan ook via derdenverzet binnen drie maanden na het vonnis van bekendmaking van de kwijtschelding. De rechtbank zal zich daaropvolgend hierover moeten uitspreken bij gemotiveerde beslissing.

Een gefailleerde moet zijn verzoekschrift tot kwijtschelding online indienen via REGSOL, samen met de aangifte van het faillissement of binnen de 3 maanden na publicatie van het faillissementsvonnis.

Als kwijtschelding aangevraagd is, dan mag de persoonlijk gefailleerde ten vroegste 6 maand na faillissementsvonnis verzoeken om een vervroegde uitspraak over schuldkwijtschelding. De rechtbank spreekt zich daarna uit over de schuldkwijtschelding of ze moet de gefailleerde ten laatste 1 jaar na het faillissementsvonnis via www.regsol.be de redenen laten weten waarom er nog geen uitspraak is over de schuldkwijtschelding. Dit uitstel van uitspraak betekent niet noodzakelijk dat er minder kans is op kwijtschelding. Na uitstel moet de uitspraak over schuldkwijtschelding ten laatste samen met het vonnis afsluiting faillissement gebeuren.

De rechtbank laat het vonnis kwijtschelding publiceren in het Belgisch staatsblad.

Bovendien is er geen beslag meer mogelijk op nieuwe inkomsten van de gefailleerde. De gefailleerde krijgt onmiddellijk na het faillissement een recht op nieuwe start. De curator kan dus geen beslag meer leggen op inkomsten voor activiteiten die de gefailleerde uitoefent na het faillissement.